• - De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.
  • - Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.
  • - Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
  • - De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering.
  • - Technische en feitelijke vragen worden buiten de commissievergadering gesteld aan de portefeuillehouder.