Deze verordening verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand;
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft;
algemene bijstand: de bijstand zoals bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de wet, inclusief heft vakantiegeld;
bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel d van de wet;
bijstand: algemene en bijzondere bijstand;
bijstandsnorm: de norm die is bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de wet, inclusief vakantiegeld;
langdurigheidstoeslag: de toeslag die is bedoeld in artikel 36 van de wet;
maatregel: de bijstand verlagen op grond van artikel 18, tweede lid van de wet;
benadelingsbedrag: het bedrag waarvoor het college (de gemeente) is benadeeld; dit bestaat uit de volgende onderdelen:
het bedrag aan bijstand dat ten onrechte is verstrekt; plus
de belasting en premies die het college (de gemeente) al over dit bedrag heeft afgedragen; plus
de mogelijk verstrekte langdurigheidstoeslag;
of:
het bedrag aan bijstand dat als gevolg van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid méér verstrekt is dan dat verstrekt zou worden, als de belanghebbende wel voldoende besef van verantwoordelijkheid had betoond (zie artikel 14); plus
de belasting en premies die de gemeente al over dit bedrag heeft afgedragen; plus
de mogelijk verstrekte langdurigheidstoeslag;
sociale activering: het doen van onbeloonde, maatschappelijke zinvolle activiteiten die zijn gericht op deelname aan de arbeidsmarkt (arbeidsinschakeling). Als deelname aan de arbeidsmarkt nog niet mogelijk is, zijn deze activiteiten gericht op zelfstandige maatschappelijke deelname;
regulier onderwijs: onderwijs aan een onderwijsinstelling die het Rijk financiert;
belanghebbende: de persoon die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door het maatregelbesluit. Meerderjarige kinderen van de alleenstaande, alleenstaande ouder of het gezin die in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben, worden niet beschouwd als belanghebbende, tenzij zij een uitkering op grond van de wet ontvangen of daartoe een aanvraag hebben gedaan.
de woorden en termen die in deze maatregelverordening staan hebben dezelfde betekenis als in de wet, behalve de volgende termen:
alleenstaande: de ongehuwde die:
geen tot zijn laste komende kinderen heeft;
die geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
alleenstaande ouder: de ongehuwde die:
de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen;
die geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de tweede graad indien bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
Gezin:
de gehuwden tezamen;
de gehuwden met de tot hun laste komende kinderen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijving
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2012