Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

De belanghebbende horen

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2012

1.. Voordat het college een maatregel oplegt, mag de belanghebbende zijn zienswijze naar voren brengen. 2.. Het college hoeft de belanghebbende niet te horen, als: de vereiste spoed zich daartegen verzet; de belanghebbende al eerder de kans heeft gekregen om zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek om binnen de gestelde termijn inlichtingen te verstrekken (volgens artikel 17 van de wet). Dit verzoek kan zijn gedaan door het college of door een derde aan wie het college werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed. Hierop is artikel 7 van de wet van toepassing; het volgens het college niet nodig is om de belanghebbende te horen om de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid vast te stellen; het gedrag van de betrokkene behoort tot de eerste categorie in artikel 9 van deze verordening; de betrokkene zich ernstig heeft misdragen zoals bedoeld in artikel 14 van deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel