- - De norm voor een gezin bij wie een ander zijn hoofdverblijf heeft of dat in de woning van een ander haar hoofdverblijf heeft en dat de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen, wordt verlaagd met een bedrag ter hoogte van 10% van de gezinsnorm.
- - In afwijking van lid 1 vindt geen verlaging plaats indien de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet kunnen worden gedeeld dan wel het gezin uit 3 of meer rechthebbende personen bestaat.
- - a. Van het niet kunnen delen van de algemeen noodzakelijk kosten is in ieder geval sprake, indien de woning wordt bewoond met uitsluitend een ongehuwd kind dat aanspraak kan maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 dan wel een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
- - b. Van het niet kunnen delen van de algemeen noodzakelijke kosten is ook sprake indien de woning wordt bewoond met uitsluitend een zorgbehoevende bloedverwant in de eerste graad waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 4, lid 5 van de wet of een bloedverwant in de tweede graad waarbij sprake is van zorg als bedoeld in artikel 4, lid 5 van de wet tussen deze bloedverwant en een van de gezinsleden.
Hoofdstuk
Artikel 6 Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012
Gezin
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 6 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon