Een belanghebbende die deelneemt aan een voorziening is gehouden
tenminste te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit
de wet, de IOAW, de IOAZ, de WEB, de wet STAP, de Wet Structuur
Uitvoering Werk en Inkomen, en voor zover van toepassing de Wsw
en de WI, deze verordening, alsmede aan de voorwaarden die het
college op grond van artikel 3:1, tweede lid, aan de aangeboden
voorziening heeft verbonden.
De nader aan de voorziening verbonden voorwaarden worden in de
van toepassing zijnde
beleidsregels omschreven.
a. Het college verlaagt de uitkering, conform hetgeen
hierover is bepaald in de Afstemmingsverordening 2010, indien
een uitkeringsgerechtigde aan wie algemene bijstand krachtens de
wet wordt verleend en die deelneemt aan een voorziening, niet
voldoet aan de verplichtingen en voorwaarden welke krachtens
artikel 3:1, tweede lid van deze verordening, aan een
voorziening verbonden zijn;
b. Het college legt een maatregel op, conform hetgeen
hierover is bepaald in het Maatregelenbesluit Abw, IOAW en IOAZ,
indien een uitkeringsgerechtigde, aan wie een uitkering wordt
verstrekt krachtens de IOAW of IOAZ en die deelneemt aan een
voorziening,niet voldoet aan de verplichtingen en voorwaarden
welke krachtens artikel 3:1, tweede lid van deze verordening,
aan een voorziening verbonden zijn.
Indien een belanghebbende, niet zijnde een
uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening,
niet voldoet aan de verplichtingen of voorwaarden die zijn
verbonden aan een voorziening, kan het college op grond van
hetgeen daartoe met belanghebbende en het college in een
trajectovereenkomst is overeengekomen, verzoeken tot
terugbetaling van de door het college tot dan voor de aangeboden
voorziening gemaakte kosten, voor zover van toepassing onder
aftrek van de eigen bijdrage als bedoeld in artikel 3:1, achtste
lid.
HOOFDSTUK 4:
Artikel 4:1
– Verplichtingen van de belanghebbende
Onderdeel van Participatieverordening 2010