Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2:11

– Recidive

Onderdeel van Afstemmingsverordening 2010

1.Indien belanghebbende zich, binnen 12 maanden na de eerste als verwijtbaar aangemerkte gedraging, opnieuw schuldig maakt aan dezelfde of een ernstiger verwijtbare gedraging wordt, in afwijking van artikel 2:7, eerste of tweede lid, de duur van de afstemming vastgesteld op twee maanden. 2.Indien belanghebbende zich, binnen 12 maanden na de eerste als verwijtbaar aangemerkte gedraging voor de derde maal schuldig maakt aan dezelfde of een ernstiger verwijtbare gedraging wordt, in afwijking van artikel 2:7, eerste en tweede lid, het percentage van de categorie waarin de (ernstiger) verwijtbare gedraging is omschreven verdubbeld voor de duur van twee maanden. Voor zover het een gedraging betreft die in de vijfde categorie is omschreven wordt de duur van de afstemming vastgesteld op vier maanden. 3. Het zich, binnen 12 maanden, na de derde als verwijtbaar aangemerkte gedraging, wederomschuldig maken aan dezelfde of een ernstiger verwijtbare gedraging, wordt aangemerkt als volharding in het verwijtbare gedrag. 4. Indien er sprake is van volharding als omschreven in het vorige lid, en daartoe op grond van artikel2:1, derde lid aanleiding bestaat, kan het college krachtens artikel 2:8, in afwijking van artikel 2:7, eerste of tweede lid, het percentage van de afstemming hoger, en de duur van de afstemminglanger vaststellen. 5. Indien belanghebbende blijft volharden in een verwijtbare gedraging, als bedoeld in het derde lid,wordt met toepassing van het vierde lid, het percentage van de laatst toegepaste afstemming verhoogd met 20%, voor zover het percentage niet meer gaat bedragen dan 100%. De duur van de afstemming wordt daarbij bepaald op de laatst toegepaste duur van de afstemming plus twee maanden. 6. De recidive periode vangt aan op de dag nadat het eerste besluit tot afstemming bekend isgemaakt. 7. Als eerste besluit wordt aangemerkt, elk besluit waar voorafgaand aan dit besluit in een periode van twaalf maanden geen sprake is geweest van een besluit tot afstemming. 8. Indien een besluit tot afstemming wordt uitgevoerd, en ten gevolge van recidive in dezelfde periode een besluit tot afstemming uitgevoerd dient te worden wordt, in afwijking van artikel 2:10, eerste lid, dit besluit uitgevoerd in aansluiting op de periode waarin het voorliggende besluit tot afstemming wordt uitgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel