**1..** Gedragingen van de belanghebbende die niet vallen onder de artikelen 2:3 tot en met 2:5 van deze verordening, die aangemerkt kunnen worden als tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 17 van de wet, leiden tot een afstemming.
**2..** Onder een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan wordt begrepen elke verwijtbare gedraging die leidt of heeft geleid tot een verwijtbaar beroep op bijstandsverlening. Hieronder valt in ieder geval een onverantwoorde besteding van vermogen, waaronder begrepen het doen van schenkingen, op een moment dat de noodzaak van bijstandsverlening aanwezig was of redelijkerwijs was te voorzien.
**3..** Voor een afstemming op grond van het eerste lid wordt zo mogelijk aangesloten bij de hoogte van het benadelingsbedrag, met inbegrip van het onverantwoord bestede vermogen, gerelateerd aan de netto-bijstand, waarbij de volgende categorieën worden onderscheiden:
Eerste categoriebenadelingsbedrag nihil
Tweede categoriebenadelingsbedrag tot € 1.000,--
Derde categoriebenadelingsbedrag van € 1.000,-- tot € 2.000,--
Vierde categoriebenadelingsbedrag van € 2.000,-- tot € 4.000,--
Vijfde categoriebenadelingsbedrag van € 4.000,--
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2:6
– Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan
Onderdeel van Afstemmingsverordening 2010