gevolgen voor de bijstand
1.Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht
bedoeld in artikel 17 van de wet of de in de artikel 28, tweede lid en 29,
eerste lid van de wet Suwi heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te
hoog bedrag verlenen van bijstand, wordt de maatregel afgestemd op de
hoogte van het benadelingsbedrag.
2.Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de volgende
wijze vastgesteld:
a.bij een benadelingsbedrag tot bruto € 1000,-: tien procent van de
bijstandsnorm gedurende een maand;
b bij een benadelingsbedrag van bruto € 1000,- tot € 2000,-: twintig
procent van de bijstandsnorm gedurende een maand;
c.bij een benadelingsbedrag van bruto € 2000,- tot € 4000,-: veertig
procent van de bijstandsnorm gedurende een maand;
d.bij een benadelingsbedrag van bruto € 4000,- tot aangiftegrens op
grond van de aangifterichtlijn sociale zekerheid : honderd procent van
de bijstandsnorm gedurende een maand;
e.bij een benadelingsbedrag boven de aangiftegrens op grond van de
aangifterichtlijn sociale zekerheid wordt niet afgestemd voordat
bekend is of OM/strafrechter de zaak heeft geseponeerd.
3.Van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan
worden afgezien, indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de
verplichting geen gevolgen heeft (gehad) voor de hoogte van de uitkering.
In dat geval kan worden volstaan met het geven van een waarschuwing.
Een waarschuwing wordt niet gegeven als het niet of niet behoorlijk
nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen twaalf maanden na
bekendmaking van een besluit waarbij een waarschuwing is gegeven of
een maatregel is opgelegd voor eenzelfde als verwijtbaar aan te merken
gedraging.
Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld
het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als
bedoeld in artikel 6 lid 2 van deze verordening.
Hoofdstuk 3.
Artikel 13.
Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet Werk en Bijstand 2008