1.Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, anders dan door
gedragingen zoals bedoeld in hoofdstukken 2 en 3 van deze verordening,
heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt een
maatregel opgelegd:
a.ter hoogte van honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een
maand, indien belanghebbenden verwijtbaar geen of geen volledig
recht heeft op een uitkering krachtens een sociale verzekering /
voorziening, of een daarmee naar aard en doel overeenkomende
buitenlandse regeling of private verzekering, dan wel het verwijtbaar
verliezen van een zodanig recht;
b.ter hoogte van honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een
maand, aangezien belanghebbende niet op verantwoordelijke wijze de
middelen waarover hij beschikte of redelijkerwijs kon beschikken heeft
aangewend en hierdoor een beroep dient te doen op bijstand.
Hoofdstuk 4.
Artikel 14.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet Werk en Bijstand 2008