Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.1.3

Mogelijkheid tot gebruik openbaar vervoer

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borsele 2012

Indien de aanvrager het reguliere openbaar vervoer kan gebruiken zal er in het algemeen geen reden zijn een voorziening te treffen. De uitdrukking ‘het openbaar vervoer niet kunnen bereiken of geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer’ wordt door de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep geoperationaliseerd dor middel van het loopafstandcriterium “maximale loopafstand 800 meter”. Kan men geen 800 meter zelfstandig, al dan niet met hulpmiddelen en in een redelijk tempo, afleggen dan wordt men verondersteld het openbaar vervoer niet te kunnen bereiken. Kan men dat wel, maar is het onmogelijk in het openbaar vervoer te komen, ook dan komt men voor vervoersvoorzieningen in aanmerking. Er ligt overigens geen letterlijke relatie met het openbaar vervoer. Het opheffen van een buslijn, waardoor een halte op grote(re) afstand komt te liggen, is geen aanleiding een vervoersvoorziening te verstrekken. Indien nog gefietst kan worden over grotere afstanden kan hier ook rekening mee worden gehouden. De regel van het nog kunnen lopen van 800 meter is een regel die over het algemeen geldt. Hier zijn uitzonderingen op mogelijk. Bijvoorbeeld het verschaffen van een driewielfiets aan een persoon met een goede loopafstand, maar evenwichtsstoornissen: de loopafstand van 800 meter is aanwezig, maar zonder driewielfiets kan niet gefietst worden. Of de situatie van een blinde die vervoerproblemen heeft op tijden dat het openbaar vervoer niet rijdt. De loopafstand is er, maar zonder vervoersvoorziening wordt participatie onmogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel