Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.3.3

Een open elektrische buitenwagen (scootmobiel)

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borsele 2012

Een open elektrische buitenwagen, vooral bekend als scootmobiel, is een elektrisch aangedreven, mechanisch bestuurd gehandicaptenvoertuig. Bestuurders van dit voertuig mogen gebruik maken van het trottoir, voetpad, fietspad en de rijbaan. Een open elektrische buitenwagen is ofwel een speciale elektrische rolstoel ofwel een plateaurolstoel (scootmobiel). Een dergelijke voorziening wordt in bepaalde gevallen verstrekt als aanvulling op het gebruik van een collectief systeem of (rolstoel)taxivergoeding. Een scootmobiel is bedoeld voor de korte en middellange afstand in de directe omgeving van de woning. Deze voorziening wordt daarom alleen verstrekt als sprake is van een uiterst beperkte mobiliteit. In de jurisprudentie is vastgesteld dat sprake is van een uiterst beperkte mobiliteit als de loopafstand, met de gebruikelijke hulpmiddelen, minder dan 200 meter bedraagt. De verstrekking van een open elektrische buitenwagen vindt plaats in natura of in de vorm van een pgb. De voorziening in natura wordt aan de gebruiker verstrekt in bruikleen. Als de voorziening weinig of niet wordt gebruikt, dan dient naar andere compenserende voorzieningen gezocht te worden. Voor een adequaat en zorgvuldig gebruik van de scootmobiel is het van belang dat de gebruiker goed met de scootmobiel overweg kan en zonder schade toe te brengen obstakels kan nemen. Daarnaast is het van groot belang dat op een veilige manier aan het verkeer kan worden deelgenomen. Gelet hierop zal de gemeente zo nodig de kosten die verbonden zijn aan rijlessen vergoeden Een scootmobiel is een vervoersvoorziening die is bedoeld voor het vervoer in de directe woon- en leefomgeving. Het gaat daarbij om afstand die een niet-gehandicapte te voet of per fiets zal afleggen. Het behoort daarom niet tot de gemeentelijke compensatieplicht om het mogelijk te maken dat de scootmobiel meegenomen kan worden in de auto, zodat deze in een andere omgeving ook gebruikt kan worden. CRITERIA: • de betrokkene kan met de beschikbare voorzieningen in onvoldoende mate in zijn vervoersbehoefte voorzien; • er is een substantiële vervoersbehoefte in de directe omgeving van de woning; • de betrokkene kan geen gebruik maken van een met een fiets vergelijkbare voorziening (tandem, driewielfiets, Spartamet, Tavara, bromfiets); • de betrokkene kan maximaal een afstand van 200 meter lopend overbruggen.

Rechtspraak bij dit artikel