Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.3.4

Een ander verplaatsingsmiddel (bijzondere fietsen)

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borsele 2012

In het kader van de Wmo wordt een (brom)fiets als algemeen gebruikelijk beschouwd. Een ‘gewone’ (brom)fiets komt daarom niet voor verstrekking op grond van de Wmo in aanmerking. Een met een bromfiets vergelijkbare fiets, zoals een fiets met hulpmotor, komt ook niet voor vergoeding in aanmerking. Fietsen in bijzondere uitvoeringen worden meestal niet als algemeen gebruikelijk aangemerkt en kunnen daarom wel voor verstrekking in aanmerking komen. Fietsen worden verstrekt voor de korte en middellange afstand. Om in aanmerking te komen voor een bijzondere fiets geldt het algemene criterium dat de aanvrager het openbaar vervoer niet kan bereiken en/of niet kan gebruiken. Bepalend daarbij is in hoeverre men het minst toegankelijke vervoermiddel, de bus, kan gebruiken. Met het aanbieden van een collectieve vervoersvoorziening aan een persoon met beperkingen voldoet de gemeente in principe aan haar compensatieplicht. Omdat het gebruik van een fiets in Nederland als algemeen gebruikelijk wordt beschouwd, kan naast de collectieve vervoersvoorziening echter ook een tegemoetkoming in de aanschafkosten van een bijzondere fiets worden toegekend. Een bijzondere fiets (eventueel in combinatie met een andere vervoersvoorziening) kan ook worden verstrekt in plaats van collectief vervoer als dit de goedkoopste compenserende oplossing is voor het vervoersprobleem. De (zelfstandige) vervoersbehoefte dient hiertoe in beeld te worden gebracht. Hiervoor zal het verplaatsingspatroon van de betrokkene in beeld gebracht moeten worden. De gemeente koopt de fiets en verstrekt deze in bruikleen aan de aanvrager tenzij de aanvrager kiest voor een pgb. Bijzondere fietsen zijn er in vele soorten. Wij besteden hier aandacht aan de meest voorkomende: 1. Driewiel- en vierwielfietsen; 2. Tandem; 3. Duofiets; 4. Tweelingfiets; 5. Fiets voor rolstoelgebruikers; 6. Fiets met hulpmotor of met elektrische aandrijving; 7. Fiets met lage instap; 8. Loopfiets. Driewiel- dan wel vierwielfiets Een drie- dan wel vierwielfiets wordt vooral verstrekt aan gehandicapten die door evenwichtsproblemen geen gebruik kunnen maken van een normale fiets. Ook andere gehandicapten kunnen bij een dergelijke voorziening zijn gebaat, zoals verstandelijk gehandicapten of mensen met een gestoorde motoriek. Tandem De tandem is een fietsmogelijkheid voor personen die zonder hulp van een bestuurder niet zelfstandig tot fietsen in staat zijn. Hierbij kan worden gedacht aan visueel gehandicapten, motorisch gehandicapten of verstandelijk gehandicapten. Er zijn ook tandems in een driewieluitvoering. Er kunnen verschillende redenen zijn om voor een driewieluitvoering te kiezen: • Voor extra stabiliteit; bijvoorbeeld als de bijrijder onrustig op de fiets zit; • Als de bijrijder hulp nodig heeft bij het op- en afstappen, bijvoorbeeld bij gebruik van fixatiehulpmiddelen. Duofiets Een duofiets is een tandem waarbij de bijrijder (meestal een kind) voorop zit. Op deze manier heeft de bestuurder voldoende zicht op de bijrijder. Een ander voordeel kan zijn dat de bijrijder hierdoor zelf verkeersinzicht kan ontwikkelen, waardoor deze op termijn zelfstandig gebruik kan maken van een (driewiel)fiets. Zowel de duofiets als tandem zijn leverbaar in verschillende uitvoeringen, zoals: • met hulpmotor; • met dubbele besturing; • met (inschakelbare) vrijloop. Tweelingfiets Tweelingfietsen zijn in principe twee fietsen die aan elkaar zijn bevestigd. Deze fietsen zijn vooral geschikt voor een verstandelijk gehandicapte en zijn begeleider. In Nederland zijn 3 types te koop: • Deelbare tweelingfiets; hierbij kunnen de fietsen worden ontkoppeld en zijn zij als “solofiets” te gebruiken; • Een tweelingfiets met vaste verbinding; • Een driewieler met twee zitjes (‘Side by Side’ fiets). Fiets voor rolstoelgebruikers Voor rolstoelgebruikers die niet zonder hun individueel aangepaste rolstoel kunnen zijn een drietal mogelijkheden om toch gebruik te kunnen maken van een fietsvoorziening: • Bakfiets waarbij de rolstoel en gebruiker in de bak kunnen worden vervoerd; • Fiets zonder voorwiel die aan de rolstoel wordt gekoppeld; • Aankoppelfiets of handbike. Hierbij zorgt de rolstoelgebruiker voor de aandrijving en is hij dus niet afhankelijk van een begeleider. De handbike kan in twee versies worden geleverd. Voor personen die altijd op een rolstoel zijn aangewezen is een aankoppel-handbike de meeste geschikte optie. Als men op de plaats van bestemming nog korte afstanden kan lopen, dan is een vastframe-handbike waarschijnlijk een betere optie, omdat men daarbij de afstanden sneller kan afleggen. Fiets met hulpmotor of met elektrische aandrijving Bekende voorbeelden hiervan zijn de bromfiets, “Spartamet” en de elektrische fiets. Deze fietsen komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat zij als algemeen gebruikelijk worden beschouwd. Voor kinderen jonger dan 16 jaar kan hierbij op individuele basis een uitzondering worden gemaakt, omdat voor deze groep een fiets met hulpmotor (waaronder een bromfiets) niet als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt. Fiets met lage instap Als de instap van een (dames)fiets te hoog is, dan kan een fiets met lage instap een compenserende voorziening zijn. Inmiddels zijn in de reguliere handel fietsen met een lage instap verkrijgbaar (de zogenaamde seniorenfietsen) voor een prijs die vergelijkbaar is met de prijs van een ‘gewone’ fiets. Deze (senioren)fietsen worden daarom als algemeen gebruikelijk aangemerkt en worden niet verstrekt op grond van de Wmo. Speciale fietsen met een zeer lage instap zijn in vergelijking met een reguliere fiets wel aanzienlijk duurder, omdat de maatvoering duidelijk afwijkt. Deze fietsen zijn nog lager dan de zogenaamde seniorenfietsen en kunnen wel op grond van de Wmo verstrekt worden. Een bekend voorbeeld van een speciale fiets met lage instap is de ‘Tavara’ fiets van “Van Raam”. Bij deze fiets is verder sprake van een meer voorwaartse trapbeweging, zodat de kracht van de benen beter wordt benut. Bij het stilstaan kunnen beide voeten plat op de grond worden geplaatst. Loopfiets Een loopfiets wordt niet verstrekt op grond van de Wmo. Een loopfiets is een loophulpmiddel en kan worden verstrekt op grond van de Regeling hulpmiddelen zorgverzekering. Een verzoek hiervoor dient te worden ingediend bij de ziektekostenverzekeraar. CRITERIA BIJZONDERE FIETS: • de betrokkene kan met de beschikbare voorzieningen in onvoldoende mate in zijn vervoersbehoefte voorzien; • er is een substantiële vervoersbehoefte in de directe omgeving van de woning; • de betrokkene kan geen gebruik maken van een reguliere fiets of vergelijkbare voorziening (seniorenfiets, bromfiets).

Rechtspraak bij dit artikel