1.. Met inachtneming van artikel 100, tweede lid van de wet kunnen, in andere gevallen dan bedoeld in de artikelen 98 en 99 van de wet aan de in bijlage 4 van deze verordening genoemde instanties de vermelde gegevens op verzoek worden verstrekt voor zover de persoonlijke levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

2.. De bij deze verordening behorende bijlage 4 wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.