Het raadslid, dat ophoudt raadslid te zijn, heeft met ingang van de dag van aftreden recht op een uitkering, voor zover hij/zij alsdan niet de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en voor zover geen gelijktijdig recht bestaat op toepassing van de Uitkerings- en Pensioenverordening voor wethouders van de gemeente Arnhem.