Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Hoogte en duur uitkering

Onderdeel van Regeling secundaire voorzieningen voor raadsleden

1.De duur van de uitkering bedraagt 1,5 maand per vol jaar als raadslid met een maximumuitkeringsduur van twee jaar. Tijd, die ligt voor een onderbreking, wordt niet betrokken bij de berekening van de duur van de uitkering. De uitkering vangt aan op de dag, volgend op die waarop het raadslidmaatschap is beëindigd. De uitkering bedraagt gedurende de eerste acht maanden 80%, gedurende de volgende acht maanden 70% en vervolgens 60% van de laatstelijk genoten tegemoetkoming voor werkzaamheden van raadsleden. Deze tegemoetkoming wordt aangepast overeenkomstig de voor raadsleden geldende indexering.

Rechtspraak bij dit artikel