**1..** Het raadslid dat genoodzaakt is het raadslidmaatschap te beëindigen als gevolg van invaliditeit, heeft na afloop van uitkering als bedoeld in artikel 2, lid 1 recht op een voortgezette uitkering voor de duur van de invaliditeit, doch voor niet langer dan twee jaar.
**2..** De voortgezette uitkering bedraagt gedurende het eerste jaar 50% en gedurende het tweede jaar 40% van de laatstelijk genoten tegemoetkoming voor werkzaamheden van raadsleden. Deze tegemoetkoming wordt aangepast overeenkomstig de voor raadsleden geldende indexering.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen een raadslid dat als gevolg van invaliditeit het raadslidmaatschap niet meer kan uitoefenen, verplichten zich aan een medisch onderzoek te onderwerpen ter beantwoording van de vraag of verband bestaat tussen de invaliditeit en het niet meer in staat zijn tot het verrichten van de werkzaamheden als raadslid.
Artikel 3
Voortzetting uitkering bij aftreden als gevolg van invaliditeit
Onderdeel van Regeling secundaire voorzieningen voor raadsleden