Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning weigeren,
indien:
het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de
vergunningaanvraag betrekking heeft, een of meer woonruimten
bevat die verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn
geweest;
de huurprijs van een of meer van die woonruimten of
voormalige woonruimten lager is dan de huurprijsgrens;
niet gewaarborgd is, dat die woonruimte of woonruimten na de
voorgenomen splitsing bestemd blijven voor verhuur ter
bewoning, en
het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing heeft,
niet opweegt tegen het belang van het behoud van de
woonruimtevoorraad binnen de gemeente als geheel dan wel een
deel daarvan, voor zover die woonruimtevoorraad voor verhuur
is bestemd.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2.
Artikel 3.2.6.
Weigeren ter zake van woonruimte en huurprijs
Onderdeel van Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam