Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning weigeren,
indien:
het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de
vergunningaanvraag betrekking heeft, voor zover het geheel
of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd
met de voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld in
artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, of met
enig ander wettelijk voorschrift geheel of gedeeltelijk voor
een ander doel dan voor bewoning in gebruik is genomen,
de huurprijs van een of meer der voormalige woonruimten
lager is dan de huurprijsgrens,
niet gewaarborgd is, dat de voormalige woonruimte of
woonruimten na de voorgenomen splitsing opnieuw bestemd
zullen worden voor verhuur ter bewoning, en
het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing heeft,
niet opweegt tegen het belang van het behoud van de
woonruimtevoorraad binnen de gemeente als geheel dan wel een
deel daarvan, voor zover die woonruimtevoorraad voor verhuur
is bestemd.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2.
Artikel 3.2.7.
Weigeren wegens ander gebruik, huurprijs en woonruimtevoorraad
Onderdeel van Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam