1.Burgemeester en wethouders kunnen afzien van het verlagen van de uitkering
en
volstaan met een schriftelijke waarschuwing, als de verwijtbare gedraging
bedoelt in
artikel 2 niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
verlenen van
uitkering en de gedraging niet plaatsvindt binnen een periode van twee jaar
na de
datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing
is
gegeven.
2.Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een verlaging van de uitkering
niet uit
te voeren, als er sprake is van dringende omstandigheden. Omstandigheden die
het
rechtstreekse gevolg zijn van een als verwijtbaar aan te merken gedraging
zijn geen
dringende redenen.
Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking van de
WIJ per 1
januari 2012