**1..** Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een terrein - niet zijnde een beschermd rijksmonument – voorlopig aanwijzen als archeologisch belangrijke plaats.
**2..** Met ingang van het tijdstip waarop een besluit tot voorlopige aanwijzing aan de eigenaar en anderszins rechthebbende is bekendgemaakt, geniet de plaats voorbescherming doordat het bepaalde in artikel 4 van overeenkomstige toepassing is.
**3..** Op de voorbereiding van een aanwijzingsbesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het college neemt zo spoedig mogelijk na het doorlopen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure een definitief besluit omtrent het al dan niet aanwijzen van het terrein.
**4..** De aanwijzing vervalt indien en voor zover een archeologisch belangrijke plaats onherroepelijk wordt aangewezen als beschermd rijksmonument op grond van de Monumentenwet 1988.
Artikel 3
Aanwijzing als archeologisch belangrijke plaats
Onderdeel van Archeologieverordening Rotterdam