Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Meldingsplicht werkzaamheden

Onderdeel van Archeologieverordening Rotterdam

1.. Het is verboden om in gebieden die zijn aangegeven op de archeologische waardenkaart op enigerlei wijze de bodem te verstoren of doen verstoren door werkzaamheden zoals bouwen, heien, slopen, graven, ophogen, saneren, persen, bevriezen, grondwaterverlaging of –verhoging en dergelijke, zonder hiervan in de volgende gevallen vooraf melding te hebben gedaan aan het college: op terreinen die zijn aangewezen als archeologisch belangrijke plaats, ongeacht de oppervlakte die de werkzaamheden beslaan, vanaf een diepte van meer dan 0,5 m onder het maaiveld, tenzij het college in zijn besluit tot aanwijzing als archeologisch belangrijke plaats een andere verstoringsdiepte heeft vastgesteld; in gebieden met een zeer hoge archeologische verwachting, ongeacht de verstoringsdiepte, voor zover de werkzaamheden een oppervlakte van meer dan 100 m² beslaan; in gebieden met een redelijke tot hoge archeologische verwachting, ongeacht de verstoringsdiepte, voor zover de werkzaamheden een oppervlakte van meer dan 200 m² beslaan; in gebieden met water, voor zover de werkzaamheden een oppervlakte van meer dan 200 m² beslaan en dieper dan de waterbodem reiken. 2.. Geen melding als bedoeld in het eerste lid is vereist in geval van normaal onderhoud en beheer, in bestaande weg- en leidingcunetten, of indien een dringende noodzaak aanwezig is om onmiddellijk dreigend of reeds ingetreden gevaar tegen te gaan of te beperken. 3.. Bij de melding dienen te worden overgelegd: een omschrijving van de te verrichten bodemverstorende werkzaamheden, met opgave van relevante oppervlakte- en dieptematen; een situatietekening, schaal 1:1.000; tekeningen van bestaande en nieuwe toestand in plattegrond, schaal 1:200 en zo nodig schaal 1:100; tekeningen van bestaande en nieuwe toestand in doorsnede, schaal 1:100 en zo nodig schaal 1:50. 4.. In aanvulling op het bepaalde in het derde lid kan het college overlegging verlangen van een rapport waaruit de archeologische waarde van de te verstoren plaats naar zijn oordeel in voldoende mate blijkt.

Rechtspraak bij dit artikel