Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te
gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan,
indien:
het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan
de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan
vormen voor het beheer of onderhoud van de weg;
of
het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
welstand.
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in
ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang
van 2 m wordt gelaten op
voetpaden en van 5 m op de
rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
Het college kan in het belang van de openbare orde of de
woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van
terrassen, uitstallingen en reclameborden.
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
verbod in het eerste lid.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor
het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,
onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19; en
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
regeling een vergunning voor het gebruik van de weg
is verleend.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer
rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet
1994, of de provinciale wegenverordening.
Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf
4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
toepassing.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Lopik 2012