Het is verboden zonder of in afwijking van een
vergunning een weg aan te leggen, de verharding
daarvan op te breken, in een weg te graven of te
spitten, aard of breedte van de wegverharding te
veranderen of anderszins verandering te brengen in
de wijze van aanleg van een weg.
De vergunning wordt verleend:
als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
beheersverordening, exploitatieplan of
voorbereidingsbesluit; of
door het college in de overige gevallen.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing
indien in opdracht van een bestuursorgaan of
openbaar lichaam publieke taken worden
verricht.
Het verbod is voorts niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van
Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
provinciale wegenverordening, de waterschapskeur, de
Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
Telecommunicatieverordening.
Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is
paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
beslissen) van toepassing.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.
Artikel Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een we
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Lopik 2012