Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 14

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Monumentenverordening 2003

1. De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien: a blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10, tweede lid, niet naleeft; c de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; d niet binnen 2 jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt. 2. Burgemeester en wethouders stellen de vergunninghouder van het voornemen tot intrekking van de vergunning in kennis en stellen hem/haar in de gelegenheid te worden gehoord. Het besluit tot intrekking ter kennisneming in afschrift gezonden aan de Monumentencommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel