Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 14a

Aanwijzing tot beeldbepalend pand

Onderdeel van Monumentenverordening 2003

1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een onroerende zaak aan te wijzen als beeldbepalend pand. Een besluit tot aanwijzing als beeldbepalend pand dient gebaseerd te zijn op een redengevende beschrijving. 2. De in lid 1 bedoelde beschrijving richt zich op: a. de bouwmassa, naar hoofdafmetingen en onderlinge verhoudingen; b. de dakvorm, nokrichting en dakhelling; c. de gevelindeling door onder andere vensters, deuren en erkers; d. de dakoverstekken, goot- en daklijsten; e. de stoepen, plinten, pilasters, gevellijsten en ornamenten. 3. Het interieur wordt niet betrokken bij de beschrijving van beeldbepalende panden. Artikel 14b Overeenkomstige toepassing 1. Artikel 5, lid 4 en de artikelen 6 t/m 14 zijn van overeenkomstige toepassing op beeldbepalende panden. 2. Specifieke bepalingen met betrekking tot beeldbepalende panden zijn opgenomen in artikel 14c. Artikel 14c Beslissing op de aanvraag 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 10 wordt geweigerd, indien door de uitvoering van de aangevraagde werkzaamheden, dan wel door de te verwachten directe of indirecte gevolgen, blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan het uitwendige karakter van het bouwwerk en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders de vergunning als bedoeld in artikel 10 verlenen, indien de instandhouding van het pand in redelijkheid niet kan worden gevergd. 3. Het interieur wordt niet betrokken bij de beoordeling van bouwplannen voor beeldbepalende panden. Hoofdstuk 6 De bescherming van gemeentelijke stads- en dorpsgezichten Artikel 15 Aanwijzing 1. De gemeenteraad kan een deel of delen van de gemeente aanwijzen als beschermd stads- of dorpsgezicht. 2. Voordat de gemeenteraad over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt de gemeenteraad aan het college een verzoek tot advies in te dienen bij de Monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. 3. De aanwijzing kan geen gebied betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988. 4. Burgemeester en wethouders registreren de beschermde gezichten op de gemeentelijke lijst van beschermde stads- en dorpsgezichten. 5. De gemeentelijke lijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de op een kaart aangegeven gebiedsbegrenzing en een beschrijving van het gebied met de daarin begrepen cultuurhistorische waarden. 6. Burgemeester en wethouders maken het besluit tot aanwijzing tot beschermd stads- en dorpsgezicht binnen 4 weken na de datum van het besluit bekend. Artikel 16 Beschermend bestemmingsplan 1. Ter bescherming van een op de lijst geplaatst stads- of dorpsgezicht stelt de gemeenteraad een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. 2. Bij het besluit tot aanwijzing tot beschermd stads- of dorpsgezicht bepaalt de gemeenteraad in hoeverre een geldend bestemmingsplan als beschermend plan in de zin van het eerste lid kan worden aangemerkt. 3. Voor zover in een gebied dat is aangewezen als een beschermd stads- of dorpsgezicht nog geen bestemmingsplan als bedoeld in dit artikel van kracht is, is het verboden bouwwerken en andere werken te plaatsen, op te richten, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders. 4. Op de behandeling van aanvragen om een vergunning zijn de artikelen 11, 12, 13 en 14 van deze verordening van overeenkomstige toepassing. Artikel 17 Verbodsbepaling 1. Het is verboden bouwwerken die zijn gelegen in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht te beschadigen of te vernielen. 2. In beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten is het verboden een bouwwerk geheel of gedeeltelijk af te breken zonder of in afwijking van een vergunning van het college van burgemeester en wethouders. 3. Op de behandeling van aanvragen om een vergunning zijn de artikelen 11, 12, 13 en 14 van overeenkomstige toepassing. 4. Geen vergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een aanschrijving van burgemeester en wethouders; 5. De vergunning kan, ingeval van gehele of gedeeltelijke afbraak als bedoeld in het tweede lid in ieder geval worden geweigerd wanneer de totstandkoming van nieuwbouw binnen de karakteristiek van het beschermde gebied onvoldoende is verzekerd. Artikel 18 Afvoeren Gemeentelijke stads- en dorpsgezichten die overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van de Monumentenwet 1988 worden aangewezen, worden daardoor van de gemeentelijke lijst van beschermde stads- en dorpsgezichten afgevoerd met ingang van de datum waarop het besluit tot aanwijzing op de rijkslijst onherroepelijk is geworden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel