Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 13

Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de bijstand

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2012

Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekken van een uitkering, wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag. Onverminderd artikel 2, vierde lid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld: bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: tien procent van de uitkeringsnorm; bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: twintig procent van de uitkeringsnorm; bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: veertig procent van de uitkeringsnorm; bij een benadelingsbedrag van € 4000,- tot de aangiftegrens van het Openbaar Ministerie: honderd procent van de uitkeringsnorm; Indien het Openbaar Ministerie niet tot strafrechtelijke vervolging overgaat: honderd procent van de uitkeringsnorm. De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op één maand. De verlaging, zoals bedoeld in dit artikel, vindt, indien men een uitkering ontvangt, direct en volledig plaats conform het bepaalde in artikel 7, eerste lid. Indien dit niet mogelijk is, doordat de uitkering inmiddels is beëindigd, dan wordt de maatregel met terugwerkende kracht opgelegd en zal de uitkering over een periode die in het verleden ligt worden herzien. Indien de maatregel niet of niet volledig kan worden opgelegd, wordt het resterende bedrag van de maatregel opgelegd op een eventuele toekomstige uitkering. In afwijking van artikel 7, tweede lid komt de maatregel te vervallen indien de maatregel niet is uitgevoerd binnen een termijn van vijf jaar nadat het besluit tot het opleggen van een maatregel is genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel