De schipper van een schip dat is ingericht en wordt gebruikt voor het vastmaken van zeeschepen, het communicatievaren of het personenvervoer van 12 personen of minder buiten de bemanning
gebruikt een schip dat voldoet aan de op grond van artikel 6.1.2, eerste lid, voor de betreffende categorie gestelde eisen en dat is voorzien van:
een verklaring van deugdelijkheid als bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, of;
een certificaat van onderzoek als bedoeld in artikel 6 van het Binnenvaartbesluit, en;
is in het bezit van een groot vaarbewijs als bedoeld in artikel 14 van het Binnenvaartbesluit en een basiscertificaat marifonie.
De houder houdt de verklaring van deugdelijkheid, die op een schip betrekking heeft, of een kopie hiervan, aan boord van het schip, tenzij het een schip zonder bemanningsverblijf betreft.
Voor zover het het personenvervoer van 12 personen of minder buiten de bemanning betreft, kan het college van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.
Hoofdstuk 6 › Afdeling 1
Artikel 6.1.3
Eisen aan schepen en bemanning
Onderdeel van Het college van Burgemeester en Wethouders;