Het is een ieder verboden de diensten van bootman te verrichten, voor zover het betreft een zeeschip:
met een lengte van meer dan 75 meter, of;
met een lengte van 75 meter of minder dat is gebouwd of wordt gebezigd voor het vervoer van vloeibare gevaarlijke stoffen in bulk, tenzij het schip leeg en schoon is gemaakt van die stoffen.
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
terstond wordt gehandeld door de bemanningsleden die, bij aankomst van het schip op de betreffende meerplaats, aan boord zijn;
wordt gehandeld door een bootman die aangesloten is bij een erkende bootliedenorganisatie;
het zeeschip wordt verhaald langs een kade, zonder daarvan volledig los te komen, of;
de werkzaamheden worden verricht in het kader van de opleiding, bedoeld in artikel 6.2.2, eerste lid, onder verantwoordelijkheid van een bootman als bedoeld in onderdeel b.
Hoofdstuk 6 › Afdeling 2
Artikel 6.2.1
Verbod vast- en losmaken schepen
Onderdeel van Het college van Burgemeester en Wethouders;