In het kader van de Wet BIBOB onderzoekt het bestuursorgaan eerst zelf of er sprake is van een van de hierboven geschetste situaties. Dit onderzoek behelst in ieder geval de controle en analyse van:
de informatie die door de aanvrager/houder van de vergunning tijdens het zogeheten intakegesprek is verstrekt;
de door de aanvrager/houder van de vergunning beantwoorde BIBOB-vragen die zijn opgenomen in het vragenformulier en de bijlagen daarvan. Teneinde zowel het bestuursorgaan als het landelijk Bureau BIBOB in staat te stellen een onderzoek te verrichten, is aan de bestaande aanvraagformulieren een separaat BIBOB-vragenformulier (bijlage 2) toegevoegd. Deze gegevens worden aangeleverd bij het 2e intake gesprek;
de door de aanvrager/houder van de vergunning aangeleverde documenten die moeten worden meegestuurd op grond van het standaard aanvraagformulier;
eventuele extra documenten/informatie op verzoek van het bestuursorgaan;
open bronnen onderzoek (bijvoorbeeld Kamer van Koophandel of Kadaster).
In de gemeente Barendrecht wordt jaarlijks een aantal vergunningen aangevraagd. Om praktische redenen is het van belang, bij de beoordeling al dan niet een vergunning te verlenen of in te trekken, een onderscheid te maken tussen een “lichte toets” en een “diepgaande toets”. Met een lichte toets wordt een globaal onderzoek van de antwoorden op de vragen en van de overgelegde bescheiden bedoeld. Komt daaruit iets opvallends naar voren, bijvoorbeeld een “merkwaardige” financiering, dan kunnen de bescheiden nauwkeuriger getoetst worden. Dit is de diepgaande toets, die ook door de gemeente wordt uitgevoerd. Bij voldoende gegevens kan het bestuursorgaan zelfstandig de Wet BIBOB toepassen. Blijven er echter na eigen onderzoek nog vragen bestaan dan kan een advies bij het Bureau BIBOB worden aangevraagd. Dit zal slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde zijn. De hier beschreven procedure zal toegepast worden op alle nieuwe aanvragen voor een vergunning binnen de horecabranche.
Bij al verstrekte vergunningen zal uit het oogpunt van efficiency als volgt worden gehandeld. Wanneer het bestuursorgaan vermoedt dat een van de situaties als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB zich voordoet, zal betrokkene verzocht worden om het BIBOB-vragenformulier in te vullen. Op basis daarvan zal dan een diepgaande toets worden uitgevoerd. Indien blijkt dat er sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in de Wet BIBOB, kan in het uiterste geval de vergunning worden ingetrokken.
De beleidsregels ten aanzien van horecainrichtingen van de gemeente luiden in dit gedeelte van de procedure daarom als volgt:
bij alle aanvragen worden de aangeleverde gegevens (informatie uit het intakegesprek; bescheiden, inclusief vragenlijst) over financiering en bedrijfsactiviteiten globaal bekeken (lichte toets);
als er naar aanleiding van de antwoorden op de vragenlijst of op basis van de beschikbare informatie of bescheiden nog vragen zijn dan wordt een diepgaande toets uitgevoerd;
het onder 1 en 2 gestelde blijft achterwege, ingeval een aanvrager bovengenoemde vragenlijst al voor dat bedrijf heeft ingevuld en vanaf de datum van invullen zich geen wijzigingen (bijvoorbeeld exploitatievorm, financiering) hebben voorgedaan;
bij inrichtingen die op grond van artikel 13b van de Opiumwet zijn gesloten, zal in principe een diepgaande toets worden uitgevoerd;
in de gevallen waarin de officier van justitie het bestuursorgaan adviseert om in geval van een bepaalde aanvraag een advies aan het landelijk Bureau BIBOB aan te vragen, wordt in principe een diepgaande toets uitgevoerd.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Eigen onderzoek
Onderdeel van Beleidsregels met betrekking tot de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur