Het landelijk Bureau BIBOB zal, als er een advies is gevraagd, een nader onderzoek instellen en een advies uitbrengen over de mate van gevaar, als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB. Het Bureau valt onder het ministerie van Justitie en kan ten behoeve van dit onderzoek naast de openbare bronnen (bijvoorbeeld het Kadaster, de Kamer van Koophandel en internet) ook gesloten registraties, zoals die van de politie, justitie en belastingdienst raadplegen. Hierdoor kan het een meer diepgaand onderzoek doen dan het bestuursorgaan.
Een toetsing op grond van de Wet BIBOB door middel van een advies geldt in beginsel als een uiterst middel om de integriteit van een betrokken (rechts)persoon te controleren. Bij deze zware inbreuk op de privacy moet het bestuursorgaan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen. Deze eisen brengen mee dat het bestuursorgaan eerst gebruik moet maken van de eigen instrumenten. Pas wanneer gebleken is dat de reeds bestaande intrekkings- en weigeringsgronden de voorgenomen beslissing niet voldoende kunnen motiveren, kan de Wet BIBOB worden toegepast. Als het bestuursorgaan zelf na eigen onderzoek onvoldoende redenen heeft om de beschikking te weigeren of in te trekken, maar wel het redelijk vermoeden heeft dat de intenties van de aanvrager niet zuiver zijn, kan, als laatste redmiddel, een advies bij Bureau BIBOB worden aangevraagd. Voorts moet het vragen van een advies evenredig zijn gelet op de mate van gevaar en de ernst van de strafbare feiten.
In de volgende gevallen zal een advies aan het landelijk Bureau BIBOB worden gevraagd:
als na de diepgaande toets nog vragen blijven bestaan over de bedrijfsstructuur;
als na de diepgaande toets vragen blijven bestaan over de financiering van het bedrijf;
als na de diepgaande toets vragen blijven bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager, de financier van de onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd;
als de officier van justitie het bestuursorgaan adviseert om ingeval van een bepaalde aanvraag een advies aan het landelijk Bureau BIBOB aan te vragen, doch eerst nadat het bestuursorgaan een diepgaande toets heeft verricht.
De betrokkene, in dit geval de aanvrager van de vergunning, wordt onderzocht. Daarnaast wordt onderzocht of betrokkene misschien in relatie staat tot strafbare feiten als bedoeld in de Wet BIBOB. Dit betekent dat ook andere personen kunnen worden betrokken bij het onderzoek. In artikel 3 van de Wet BIBOB is bepaald dat betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten, als die feiten door een ander zijn gepleegd en deze persoon:
direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan betrokkene, dan wel
zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over betrokkene, dan wel
vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, dan wel
in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat.
Al deze (rechts)personen kunnen worden betrokken in het BIBOB-onderzoek.
Als er een BIBOB-advies is aangevraagd bij het Bureau BIBOB, dan zal de aanvrager / houder van de vergunning vooraf worden geïnformeerd door het bestuursorgaan (notificatieplicht). Het Bureau BIBOB neemt geen direct contact op met de aanvrager van de vergunning of de andere bij het onderzoek betrokken personen of bedrijven. Eventuele aanvullende vragen van het Bureau BIBOB worden via het bestuursorgaan aan betrokkenen gesteld. Het Bureau BIBOB moet in beginsel binnen vier weken adviseren aan het bestuursorgaan. Deze termijn kan eenmaal met vier weken worden verlengd. Het Bureau BIBOB zal het bestuursorgaan hiervan in kennis stellen. Het bestuursorgaan zal de aanvrager hiervan op haar beurt in kennis stellen. De beslistermijn voor de gemeente wordt opgeschort gedurende de adviestermijn van het Bureau BIBOB, maar niet langer dan acht weken.
Het advies van Bureau BIBOB kan drie uitkomsten hebben met betrekking tot de mate van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB:
er is geen sprake van gevaar;
er is sprake van een mindere mate van gevaar;
er is sprake van een ernstige mate van gevaar.
Het ligt voor de hand dat de vergunning in het geval van de eerste uitkomst zal worden verleend. In het tweede en derde geval zal het bestuursorgaan een extra afweging dienen te maken of de vergunning wordt geweigerd dan wel ingetrokken of dat de vergunning onder extra voorschriften kan worden verleend (zoals het periodiek overleggen van de boekhouding ten behoeve van een betere controle). Voor de inhoud van het besluit blijft het bestuursorgaan verantwoordelijk.
Het bestuursorgaan mag slechts de gegevens uit het advies gebruiken, die noodzakelijk zijn ter onderbouwing van een besluit tot verlening, weigering of intrekking van de vergunning. Op een ieder die de beschikking krijgt over gegevens uit het advies, die betrekking hebben op anderen dan hemzelf, rust een geheimhoudingsplicht, behoudens voor zover de Wet BIBOB mededelingen toelaat.
De beslissing van het bestuursorgaan een verzoek bij het Bureau BIBOB in te dienen tot het uitbrengen van een BIBOB-advies is geen beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Hiertegen kan derhalve geen bezwaar of beroep worden ingesteld. Wel is het de aanvrager van een vergunning te allen tijde toegestaan zich terug te trekken uit de aanvraagprocedure.
Het bestuursorgaan zal, indien het voornemen bestaat een negatieve beslissing te nemen op grond van het BIBOB-advies, de betrokkene in de gelegenheid stellen zijn zienswijze naar voren te brengen. Het advies van het Bureau BIBOB kan dan door de betrokkene worden ingezien. Derden die genoemd zijn in het voorgenomen besluit worden aangemerkt als belanghebbenden in de zin van art. 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht. Zij worden, indien te verwachten is dat zij hiertegen bedenkingen hebben, ook in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze naar voren te brengen. Derden hebben overigens niet het recht om het advies in zijn geheel in te zien. Uitsluitend de gegevens in het advies die de derde betreffen, mogen aan deze worden doorgegeven.
Tegen het uiteindelijke besluit van het bestuursorgaan waarin een BIBOB-advies is verwerkt kan bezwaar worden gemaakt en eventueel beroep worden ingesteld.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Onderzoek door bureau BIBOB
Onderdeel van Beleidsregels met betrekking tot de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur