Lid 1:
Een eigen bijdrage wordt gevraagd bij de inzet van huishoudelijke verzorging, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen van niet bouwkundige aard.
Lid 2:
Een eigen aandeel wordt gevraagd bij de inzet van woonvoorzieningen van bouwkundige aard.
Lid 3:
Omvang van de eigen bijdrage is gelijk aan de maximaal verschuldigde eigen bijdrage op grondvan artikel 4.1 lid 1 en artikel 4.5 van het Besluit maatschappelijk ondersteuning dat door de Minister is vastgesteld.
Lid 4:
De eigen bijdrage bedraagt maximaal de kostprijs van de voorziening inclusief onderhoud. (zie overzicht van de kostprijzen in de bijlage 2)
Lid 5:
Indien de voorziening bestaat uit het verschaffen in eigendom van een roerende zaak dan wel een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning die in eigendom is van de aanvrager, wordt gedurende maximaal 39 perioden van vier weken een eigen bijdrage in rekening worden gebracht dan wel bij de vaststelling van de hoogte van de financiële tegemoetkoming gedurende maximaal die periode een met toepassing van de daarvoor geldende regels berekende bedrag in de vorm van een eigen aandeel in mindering worden gebracht.
Lid 6:
De eigen bijdrage voor huishoudelijke verzorging wordt zowel voor een verstrekking in natura als voor verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget vastgesteld conform artikel 2.
Een overzicht van kostprijzen en afschrijvingstermijnen van voorzieningen is opgenomen in de bijlagen.
Lied 7
Geen eigen bijdrage, als bedoeld in artikel 2, is verschuldigd over de forfaitaire financiële tegemoetkomingen voor:
een (sport)rolstoel;
verhuis- en inrichtingskosten;
gebruik van eigen auto en (rolstoel)taxi.
HOOFDSTUK 1
Artikel 5:
Eigen bijdrage en eigen aandeel
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Olst-Wijhe 2012