1.. Bij de uitoefening van de bevoegdheden uit het register wordt in acht genomen het daar omtrent gestelde bij of krachtens:

  • - wetten;
  • - besluiten;
  • - verordeningen;
  • - regelingen (waaronder de regeling budgethouderschap);
  • - beleidsregels (waaronder het aanbestedingsbeleid);
  • - aanwijzingen en richtlijnen, hoe ook genaamd, van Europese, rijks-, provinciale en gemeentelijke wetgevers of andere bestuursorganen.

2.. Een in mandaat-, volmacht- of machtigingverhouding te nemen besluit dient aan het college c.q. de burgemeester c.q. heffingsambtenaar te worden voorgelegd, indien:

  • - het besluit leidt tot afwijking van of aanvulling op het tot dan toe gevoerde beleid;
  • - het besluit niet past binnen de daartoe bestemde budgetten;
  • - de betrokken portefeuillehouder, de burgemeester of de heffingsambtenaar dit kenbaar heeft gemaakt;
  • - bij betrokkenheid van meerdere diensten één van de diensten over het te nemen besluit een afwijkend of negatief advies heeft uitgebracht;
  • - voorzienbaar is, dat het besluit politiek gevoelige en publicitaire consequenties heeft.