De beslissing op een aanvraag om kapvergunning kan worden aangehouden voor een periode van maximaal 6 maanden als de aanvraag is ingediend ten behoeve van de realisatie van een ander vergunningplichtig werk, zolang op deze laatste vergunningsaanvraag nog niet is beslist.
De beslissing op een aanvraag om kapvergunning kan worden aangehouden voor een periode van maximaal 6 maanden als het ingediende groenplan op onderdelen nog niet is goedgekeurd.
Artikel 4.3.3b Weigeringsgronden
Het college kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder meer:
natuur- en milieuwaarden van de houtopstand;
landschappelijke waarden van de houtopstand;
waarden van stads- en dorpsschoon van de houtopstand;
Houtopstand gelegen in een beschermd natuurmonument in de zin van de natuurbeschermingswet;
cultuurhistorische waarden van de houtopstand;
waarden voor recreatie en leefbaarheid van de houtopstanden.
Het college kan bij het weigeren of het onder voorschriften verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren. Zij verwijst zoveel mogelijk naar gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen en de daarin vermelde in het eerste lid genoemde waarden.
Voor houtopstanden voorkomende op de nationale, monumentale bomenlijst van de landelijke Bomenstichting te Utrecht en voor houtopstanden voorkomende op de gemeentelijke lijst van monumentale bomen en houtopstanden (zie ook artikel 4.3.10, eerste lid) wordt in beginsel geen kapvergunning verleend.
Een kapvergunning kan worden geweigerd op de enkele grond dat de bouw- of aanlegplannen nog niet definitief zijn c.q. andere vergunningen die in verband staan met de realisatie van het plan waarvan de kapvergunning deel uitmaakt, niet zijn verleend.
Een kapvergunning kan worden geweigerd, nadat een bouw- of aanlegvergunning is verleend, indien de rechthebbende aanvrager van de kapvergunning niet, of niet tijdig, of niet volledig de aanwezigheid heeft gemeld van een beeldbepalende of anderszins waardevolle houtopstand aan het college.
Een kapvergunning kan worden geweigerd op de enkele grond dat het ingediende groenplan niet door het college is goedgekeurd.
Artikel 4.3.3c Standaardvoorwaarde van niet gebruik
Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften behoort het standaardvoorschrift dat niet tot vellen mag worden overgegaan en de vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop:
de bezwaar- of beroepstermijn afloopt zonder dat er bezwaar of beroep is ingediend;
beslist is op ingediend bezwaar, beroep of een verzoek op een voorlopige voorziening wanneer gedurende de bezwaar- of beroepstermijn een bezwaar respectievelijk beroep is ingediend of een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan.
In dringende gevallen kan gemotiveerd afgeweken worden van het in het eerste lid bepaalde.
Artikel 4.3.3d Vervaltermijn vergunning
De vergunning als bedoeld in het vorige artikel vervalt, indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na het definitief zijn van de vergunning gebruik is gemaakt.
In het geval het een vergunning voor meer dan één boom betreft, is de vergunning voor alle bomen, geveld of niet, slechts één jaar geldig, ook als één of enkele andere bomen al geveld zijn.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 2
Artikel 4.3.3a
Aanhouding
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Sittard-Geleen 2008 versie 2, 9e wijziging