De vergunning wordt geacht te zijn geweigerd indien geen beslissing is genomen op de aanvraag ervan binnen de in artikel 1.2 genoemde termijn.
indien de beslissing op de vergunningaanvraag op grond van artikel 4.3.3a voor een bepaalde periode wordt aangehouden (maximaal 6 maanden), wordt de in het eerste lid bedoelde termijn opgeschort gedurende de periode van aanhouding.
Artikel 4.3.5 Bijzondere vergunningsvoorschriften
Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig een door het college goedgekeurd groenplan moet worden heringericht. Indien het gemeentelijk beleid of een ander plan de te vellen houtopstand direct of indirect als waardevol omschrijft, wordt, zo veel mogelijk, een herplantplicht opgelegd.
Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.
Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen aanwijzingen behoren ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.
Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat pas tot vellen mag worden overgegaan indien andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures definitief geworden zijn of de (financiële) voortgang van werken voldoende gewaarborgd zijn.
Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan tevens behoren het voorschrift dat ten behoeve van herbeplanting een bijdrage wordt voldaan aan het Bomenfonds van de gemeente Sittard-Geleen. Deze bijdrage is gelijk aan de boomwaarde van de houtopstand welke op grond van de vergunning kan worden geveld.
Artikel 4.3.5a Afstand tot de erfgrenslijn
De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen en heesters.