Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening Interne Klachtenbehandeling 2008

In deze verordening wordt verstaan onder: a. Klacht: Een uiting van ongenoegen over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid ten opzichte van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon heeft gedragen. b. Gedraging: Het in een bepaalde aangelegenheid ten opzichte van een natuurlijke persoon of rechtspersoon handelen of nalaten te handelen door: 1. Een bestuursorgaan 2. Een ambtenaar of een daarmee op grond van diens werkzaamheid gelijk te stellen persoon (inclusief arbeidscontractanten) in de uitoefening van zijn functie, alsmede een gewezen ambtenaar, voor zover het gaat om gedragingen in de uitoefening van zijn/haar vroegere functie. c Bestuursorgaan: 1. De gemeenteraad; 2. (een lid van) het college van burgemeester en wethouders; 3. De burgemeester d. Klachtencoördinator: de door burgemeester en wethouders aangewezen persoon belast met de registratie van klachten, het onderhouden van de contacten met de klager en de klachtbehandelaar en het bewaken van de procedurele voortgang van de afdoening van de klacht e. De klachtbehandelaar: de door de raad aangewezen persoon, belast met het onderzoeken van de klacht, respectievelijk met het adviseren aan het bestuursorgaan over de afdoening van de klacht f. De klachtafdoener: het door de raad aangewezen bestuursorgaan, belast met de afdoening van de klacht g. De klachtencommissie: de externe en onafhankelijke commissie, belast met de advisering over de ingediende klacht aan het bestuursorgaan, waartegen de klacht is ingediend h. De secretaris: De door burgemeester en wethouders aangewezen persoon, belast met de ondersteuning van de Klachtencommissie i. Instructie: de door het college vastgestelde wijze waarop de behandeling van klachten door de organisatie plaats vindt.

Rechtspraak bij dit artikel