In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;
Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd;
Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);
de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
de controle en de registratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie;
De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten;
De coördinator financiën controleert of er overeenstemming is tussen de bevestiging genoemd onder lid 4 en de registratie zoals bedoeld in lid 5 van dit artikel;
Hoofdstuk 5
Artikel 14.
Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Onderdeel van Treasurystatuut Olst-Wijhe 2007