Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 14

- Kruisingen

Onderdeel van Leidraad inzake (her)straatwerkzaamheden kabels en leidingen

1.. de gemeente kan met het (nuts)bedrijf overeenkomen, dat bij kruisingen van wegen of op andere daarvoor in aanmerking komende plaatsen, voor rekening van het (nuts)bedrijf mantel-buizen worden aangebracht dan wel boringen of doorpersingen worden gemaakt; 2.. kruisingen met wegen, voorzien van een gefundeerde of gesloten verharding dienen in principe te worden uitgevoerd middels het maken van doorpersingen of boringen. Indien dit niet mogelijk is, dienen hierover met de gemeente nadere afspraken te worden gemaakt, waarbij dan, afhankelijk van de situatie, nadere maatregelen in overleg worden genomen; 3.. wegkruisingen, welke uitgevoerd worden in open ontgraving, dienen in twee gedeelten te worden uitgevoerd, zo veel mogelijk zodanig, dat daarbij aan het eind van de werkdag de weg over de gehele breedte verkeersveilig kan worden opengesteld; 4.. indien er afgeweken wordt van de normale wegdekking dient hierover overleg gepleegd te worden met (de opzichter van) de gemeente; 5.. bij het gebruik maken van mantelbuizen moeten deze minimaal 0,50 meter buiten de kant van de verharding uitsteken, één en ander afhankelijk van de diameter en de dekking van de leiding en het zich buiten het wegdek bevindende ondergrondse leidingverkeer; 6.. het herstel en onderhoud van gesloten verharding geschiedt, tenzij anders overeengekomen, door de gemeente op kosten van het (nuts)bedrijf. De sleuf dient in eerste instantie met klinkers door het (nuts)bedrijf dicht bestraat te worden. Eerder uitgekomen funderingsmateriaal dient te worden teruggebracht. De eerste 12 maanden onderhoud aan de sleuf zal aan het (nuts)bedrijf in rekening worden gebracht, tenzij dit door het (nuts)bedrijf zelf wordt uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel