Onder d – Persoon met beperkingen
Bij deze definitie is aansluiting gezocht bij de verschillende terreinen waarvoor op grond van de Wet voorzieningen kunnen worden toegekend. Daarbij is vanuit de Wet voorzieningen gehandicapten het onderdeel “ziekte of gebrek” toegevoegd. Mede in verband met de begrenzing van de doelgroep zal immers een objectief criterium nodig zijn. Hierdoor blijft jurisprudentie op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten ten aanzien van dit onderdeel op dit begrip van toepassing.
Aan deze formulering is de nieuwe doelgroep “personen met een chronisch psychisch of psychosociaal probleem” toegevoegd.
Onder e - ICF
Volgens het amendement Miltenburg (TK 2005-2006, 30 131, nr. 65) biedt het ICF voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk een uniform begrippenkader dat als grondslag kan dienen om de behoefte aan voorzieningen in individuele gevallen vast te stellen.
Onder f – Maatschappelijke participatie
Deze begripsomschrijving komt uit het amendement Miltenburg c.s. (TK 2005-2006, 30 131, nr. 65), dat het compensatiebeginsel aan de Wet heeft toegevoegd.
Onder g - Zelfredzaamheid
Ook deze begripsomschrijving is ontleend aan het amendement Miltenburg c.s. (TK 2005-2006, 30 131, nr. 65), dat het compensatiebeginsel aan de Wet heeft toegevoegd.
Onder h - Voorziening
Hier wordt het begrip voorziening beperkt tot de onderdelen die onder de Wet vallen.
Onder i - Algemene voorziening
Het gaat hier om direct of uit voorraad beschikbare voorzieningen, die met een minimum aan bureaucratie kunnen worden verstrekt. Daarbij valt te denken aan een scala van reeds bestaande of nog te ontwikkelen voorzieningen: collectief vervoer, scootermobielpools, algemene woonvoorzieningen als klussendiensten en voorzieningendepots, rolstoelpools en vrijwilligersdiensten.
De verstrekkingsprocedure is eenvoudiger dan bij individuele voorzieningen: een beperkte toegangsbeoordeling. In de regel gaat het om eenvoudige en veel voorkomende voorzieningen die bedoeld zijn voor incidenteel of kortdurend gebruik. Kenmerk van een algemene voorziening is tenslotte dat zij altijd in natura verstrekt worden en nooit als financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget.
Onder j – Individuele voorziening
Algemene voorzieningen hebben in het kader van deze verordening voorrang op individuele voorzieningen. Waar mogelijk zal eerst een algemene voorziening worden aangeboden, waar nodig zal een individuele voorziening worden verstrekt. Hoe de keuze zal worden gemaakt tussen beide categorieën voorzieningen hangt uiteraard helemaal af van de individuele situatie van de aanvrager. Door het college vast te stellen beleidsregels zullen afwegingscriteria geven, verder zal een op de individuele situatie afgestemd (para-) medisch advies vaak van groot belang zijn.
Onder k – Hulp bij het huishouden
Deze begripsomschrijving sluit enerzijds aan bij de definitie van het begrip “huishoudelijke voorziening” in artikel 1 lid 1 onder h van de Wet. Anderzijds sluit de omschrijving aan bij hetgeen de regering verstaat onder “mensen met een beperking”, zoals staat verwoord in de memorie van toelichting bij artikel 1 lid 1 onder g onderdeel 5° en 6° van de Wet.
Onder l – Woonvoorziening
Deze begripsomschrijving is afgeleid van de definitie van het begrip “woonvoorziening”, zoals stond opgenomen in artikel 1 lid 1 onderdeel c van de Wet voorzieningen gehandicapten.
Onder m – Uitraasruimte
Deze begripsomschrijving is overeenkomstig de definitie van dit begrip, zoals in artikel 1 lid 1 onderdeel e van de Wet voorzieningen gehandicapten was opgenomen.
Onder o – Woonruimte
Deze begripsomschrijving komt nagenoeg overeen met de definitie van dit begrip, zoals in artikel 1 lid 1 onderdeel b van de Wet voorzieningen gehandicapten was opgenomen. Onder 2 en 3 is aangegeven wat in het kader van deze verordening wordt verstaan onder woonwagen en woonschip.
Onder p – Hoofdverblijf
De omschrijving van het begrip hoofdverblijf moet worden opgenomen om te voorkomen dat er aanvragen binnenkomen bij de gemeente waarbij de aanvrager niet in de gemeente woonachtig is.
In die gevallen waarin de aanvrager naar een andere gemeente wil verhuizen en in die gemeente een woning wil laten aanpassen, is er wel de mogelijkheid reeds voordat de woning daadwerkelijk is betrokken, een aanvraag in te dienen bij de gemeente van vestiging.
Onder q - Gemeenschappelijke ruimte
Het begrip gemeenschappelijke ruimte is beperkt tot ruimten die niet tot de onderscheiden woning behoren, maar toegang daartoe verschaffen, zoals een gang, een portaal etc.
Onder t – Rolstoelvoorziening
In deze begripsomschrijving wordt aangegeven wat in het kader van de verordening onder een rolstoelvoorziening wordt verstaan. Het college kan een rolstoel verstrekken voor verplaatsing binnen en/of buiten. Onder het begrip “rolstoel” valt alleen een handbewogen of elektrische rolstoel en geen andere voorzieningen voor het verplaatsen binnenshuis, zoals een trippelstoel welke via de AWBZ verstrekt wordt. Onder handbewogen rolstoelen kunnen ook verstaan worden een duwwandelwagen of een zelfbeweger. Ook individuele aanpassingen aan rolstoelen vallen onder de rolstoelverstrekking. Een voorbeeld hiervan is een anti-decubitus kussen. Vaak zullen aanpassingen tegelijkertijd met de rolstoel worden gerealiseerd. Het kan echter ook voorkomen dat de aanpassingen aan rolstoelen afzonderlijk van de rolstoel worden aangevraagd en verleend.
Ook sportrolstoelen en een speel-leervoorziening voor kinderen van 0 t/m 12 jaar vallen onder de rolstoelvoorzieningen.
Onder u - Voorziening in natura
Voorzieningen in natura zijn voorzieningen die niet in de vorm van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget worden verstrekt.
Onder v - Financiële tegemoetkoming
Een financiële tegemoetkoming is een vast geldbedrag dat is bedoeld om een bepaalde voorziening te verwerven. Het is niet persé een kostendekkende vergoeding, maar een bedrag, bedoeld als tegemoetkoming in de kosten.
Onder w - Persoonsgebonden budget
Het persoonsgebonden budget is een geldbedrag dat de aanvrager onder door het college bepaalde voorwaarden mag besteden aan een compenserende voorziening naar zijn keuze. De nadere uitwerking van de relatie tussen de diverse compenserende voorzieningen en de daarbij behorende persoonsgebonden budgetten vindt plaats in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Alphen aan den Rijn.
Onder x - Budgethouder
De invoering van het persoonsgebonden budget maakt het opnemen van het begrip “budgethouder” noodzakelijk. De budgethouder is de persoon die de beschikking krijgt over het budget en over de besteding daarvan ook verantwoording af dient te leggen. De budgethouder die gebruik maakt van de voorziening hulp bij het huishouden is geen verantwoording verschuldigd aan het college omtrent de besteding van zijn budget.
Onder y - Eigen bijdrage
Uit artikel 15 lid 1 van de Wet vloeit de bevoegdheid voort voor het vragen van een eigen bijdrage. Deze kan op het inkomen worden afgestemd, zij het dat op grond van artikel 15 lid 3 van de Wet bij Algemene Maatregel van Bestuur nadere regels worden gesteld. In de AMvB wordt bepaald wat de ruimte is die gemeenten hebben voor het vaststellen van eigen bijdragen, als ze daartoe willen overgaan. Het belangrijkste onderscheidende kenmerk van de eigen bijdrage ten opzichte van het eigen aandeel is dat een eigen bijdrage alleen mogelijk is bij een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget, en dus niet bij een financiële tegemoetkoming.
Onder z – Eigen aandeel
Artikel 19 lid 1 van de Wet bepaalt dat de hoogte van de financiële tegemoetkoming afhankelijk kan worden gesteld van het inkomen van degene aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend en van zijn echtgenoot. Hierbij wordt in de toelichting op artikel 19 van de Wet gesproken over een “eigen aandeel in de kosten van een voorziening” (TK 2004-2005, 30 131, nr. 3).
Op grond van artikel 19 lid 2 van de Wet worden bij Algemene Maatregel van Bestuur nadere regels gesteld met betrekking tot de financiële tegemoetkomingen. In de AMvB wordt bepaald wat de ruimte is die gemeenten hebben voor het vaststellen van eigen aandeel, als ze daartoe willen overgaan.
Onder aa – Meerkosten
Het begrip “meerkosten” hangt nauw samen met het begrip “algemeen gebruikelijk”; deze twee begrippen zijn elkaars tegenhangers. De meerkosten zijn de kosten, die in een direct oorzakelijk verband staan met het compenseren van de ondervonden beperking of het psychosociaal probleem, zoals die zijn genoemd in artikel 1 lid 1 onder g onderdeel 8° van de Wet. Een met de persoon als de aanvrager vergelijkbaar persoon zonder die beperking of dat psychosociale probleem heeft deze meerkosten per definitie niet, omdat daarvoor in diens situatie geen noodzaak is.
Onder bb - Algemeen gebruikelijk
Evenals onder de Wet voorzieningen gehandicapten het geval was, is het ook onder de Wet niet de bedoeling dat het college voorzieningen verstrekt, waarover de aanvrager, gezien zijn individuele situatie, ook zonder zijn beperking of probleem zou kunnen beschikken. Deze voorzieningen worden als algemeen gebruikelijk beschouwd. Wat in een concrete situatie als algemeen gebruikelijk te beschouwen is, hangt af van de geldende maatschappelijke normen van het moment van de aanvraag. Het begrip “algemeen gebruikelijk” is geconcretiseerd in de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Zoals blijkt uit deze jurisprudentie gaat het bij algemeen gebruikelijke voorzieningen om voorzieningen
die in de reguliere handel verkrijgbaar zijn;
die niet speciaal voor gehandicapten bedoeld zijn;
die niet aanzienlijk duurder zijn dan vergelijkbare producten met hetzelfde doel.
Onder dd – Huisgenoot
Het uitgangspunt van deze begripsomschrijving ligt in het Protocol Hulp bij het Huishouden, De begripsomschrijving is op enkele punten aangepast om te voorkomen dat problemen die in de AWBZ met dit begrip speelden ook naar de Wet overgaan. Zo is het begrip ‘gemeenschappelijke huishouding voeren’ vervangen door het begrip ‘gezamenlijke huishouding voeren’.
Onder hh – Gebruikelijke zorg
Deze begripsomschrijving is overgenomen uit het protocol Hulp bij het Huishouden Alphen aan den Rijn 2010.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 1
Artikel 1