De agendacommissie stelt de voorlopige agenda vast (artikel 6). Het versturen van de agenda en stukken is geregeld in artikel 12. Bij belangrijke zaken die geen uitstel dulden, kan de voorzitter na het verzenden van de oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen. Dit kan echter niet tot op het laatste moment, maar tot uiterlijk twee dagen voor de aanvang van de vergadering.
Het tweede lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de agenda. Individuele raadsleden kunnen bij aanvang van de vergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Het moet dan wel gaan om onderwerpen die zonder voorbereiding kunnen worden besproken, anders heeft het toevoegen van een onderwerp geen zin. Het derde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de raad van voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet voldoende op de hoogte is van de inhoud en strekking van een onderwerp, is het niet gewenst dat de raad zich over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval heeft de raad de mogelijkheid de bespreking van het onderwerp uit te stellen en/of aan het college nadere inlichtingen of advies te vragen. Voorstellen aan de raad kunnen van diverse actoren afkomstig zijn. In de eerste plaats zijn dit het college en de burgemeester. Daarnaast kunnen raadsleden initiatiefvoorstellen indienen.