De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel
2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
peuterspeelzalen of de instandhouding redelijkerwijs zal
plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften uit deze
verordening.
Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks
of de exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in
overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening.
Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van
de bij deze verordening gestelde voorschriften.
Artikel 5
Onderzoek door de toezichthouder
Onderdeel van Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen