De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.
Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of
krachtens artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen
worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.
Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de
houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en
daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder
vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het
rapport.
De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de
houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage
legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.
De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na
de vaststelling daarvan openbaar.
De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de
vaststelling van het rapport.
Artikel 6
Vastleggen onderzoeksresultaten
Onderdeel van Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen