Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 13

Aanvullende bepalingen betreffende pgb voor Hulp in het Huishouden

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning

1. Bij de verlening van een pgb voor hulp bij het huishouden worden de budgethouder de volgende extra verplichtingen opgelegd: a. De budgethouder sluit een schriftelijke overeenkomst met de persoon of de instantie bij wie hij hulp bij het huishouden betrekt waarin minimaal de volgende afspraken zijn opgenomen: b. Een declaratie van een persoon bij wie de budgethouder hulp bij het huishouden betrekt, bevat een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren, het sociaal fiscaal nummer en de naam en het adres van de persoon bij wie de budgethouder hulp bij het huishouden betrek, en wordt door deze persoon ondertekend; c. Een declaratie van een instantie bij wie een budgethouder hulp bij het huishouden betrekt, bevat het btw-nummer van die instantie, een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het tarief, het aantal te betalen uren, en de naam en het adres van de instantie, en wordt namens de instantie ondertekend. d. De budgethouder kan kosten declareren die met de betaling van een huishoudelijke voorziening noodzakelijk verbonden zijn. Hiervan dienen bewijsstukken te kunnen worden overlegd. e. De budgethouder van een pgb voor hulp bij het huishouden legt binnen zes weken na het einde van ieder kalanderjaar door middel van invulling van een daartoe door het college verstrekt formulier aan het college verantwoording af over het gebruik van de in dat jaar verleende pgb bedragen. f. Het formulier bevat de gegevens over de budgethouder, het urenoverzicht over het betreffende kalenderjaar, gegevens over de zorgverlener en verklaart dat de budgethouder het formulier naar waarheid heeft ingevuld. g. Het college controleert steekproefsgewijs of de formulieren bedoeld in artikel 7 lid 2 lid b en c naar waarheid zijn ingevuld en de bewijsstukken aanwezig zijn. h. Een bij het college ingediend verantwoordingsformulier na afloop van het kalenderjaar dient als aanvraag tot vaststelling van het bruto pgb. 2. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulp in de huishouding wordt berekend als een bedrag per uur. De vergoeding voor huishoudelijke hulp in de vorm van een persoonsgebonden budget voor: HH1 is € 15,75, HH2 is € 17,25. 3. Als er sprake is van een onverschuldigde betaling die teruggevorderd wordt, wordt een bedrag van 1,5% van het totaal op jaarbasis toegekende bedrag met een minimum van € 250,00 en een maximum van € 1.250,00 vrijgelaten en niet teruggevorderd. 4. Ontvangers van een pgb voor de hulp bij het huishouden op grond van de verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning kunnen kosteloos gebruik maken van de ondersteuningsmogelijkheden van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel