1.
Indien een inkomensgrens geldt voor een voorziening ligt die grens op twee maal het van toepassing zijnde bruto bijstandsnorm. Indien het bruto inkomen van een alleenstaande of het bruto verzamelinkomen van een aanvrager met een inwonende partner de inkomensgrens overschrijdt, wordt de voorziening alleen vergoed indien de kosten van de voorziening de netto draagkracht van de aanvrager overschrijdt.
2.
Om het inkomen vast te kunnen stellen, moet de aanvrager een IB-60 formulier of definitieve belastingaanslag van het voorafgaand jaar bijsluiten bij het aanvraagformulier.
3.
Het jaar voorafgaand aan het jaar van de aanvraag is het normjaar bij beoordeling van het verzamelinkomen bij aanvragen van voorzieningen met een inkomensgrens.
4.
Indien het verzamelinkomen sterk afwijkt van het verzamelinkomen in het normjaar dient de aanvrager bewijzen bij te sluiten bij de aanvraag.
5.
Bij deelname aan een spaarloonregeling wordt de draagkracht bepaald aan de hand van het inkomen zoals dat zou zijn ontvangen bij niet-deelneming aan een spaarloonregeling.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3
Inkomensgrens
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning