Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 4

Berekening draagkracht

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning

1. De bruto draagkracht van het in aanmerking te nemen inkomen bedraagt 35 % van het verschil tussen de van toepassing zijnde inkomensgrens en het bruto verzameljaarinkomen. 2. Voor de berekening van de netto draagkracht wordt de bruto draagkracht verminderd met buitengewone uitgaven, zoals: a. kosten die verband houden met de kosten die voortvloeien uit chronische ziekte, handicap of ouderdom; b. ten laste van belanghebbende blijvende noodzakelijke extra uitgaven in verband met de uitoefening van bedrijf of beroep; c. feitelijke betalingen voor levensonderhoud ten behoeve van een niet in het gezinsverband levende echtgenoot of kinderen tot 21 jaar, alsmede ten behoeve van de gewezen echtgenoot; d. kosten in verband met studie of opleiding van kinderen, zulks ter hoogte van de maximaal te vergoeden studiekosten, verminderd met de ontvangen tegemoetkoming op grond van de “Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten”; e. buitengewone kosten in verband met wonen. 3. Bij de vaststelling van de draagkracht kan rekening worden gehouden met gewijzigde omstandigheden, die binnen de vastgestelde jaardraagkracht periode optreden. Gewijzigde omstandigheden kunnen aanleiding geven de berekende draagkracht tussentijds te herzien.

Rechtspraak bij dit artikel