Alvorens de problematiek van permanente bewoning en het gemeentelijk beleid nader uiteengezet wordt, is het van belang te omschrijven wat daaronder verstaan wordt. De volgende begrippen zijn van belang
permanente bewoning:
het al dan niet tijdelijk gebruiken van een voor wisselende bewoning bedoeld recreatieverblijf als hoofdwoonverblijf
recreatieverblijf:
een verblijf ((sta)caravan, chalet, zomerhuis e.d.) dat is bestemd voor het houden van recreatief nachtverblijf gedurende een gedeelte van het jaar, door personen die elders hun hoofdwoonverblijf hebben.
De vraag waar iemand het hoofdwoonverblijf heeft, kan op een aantal manieren bepaald worden. De tegenwoordig te doen gebruikelijke wijze is aan te sluiten bij de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA). Op grond van deze wet is degene die naar verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland zal verblijven, verplicht zich binnen vijf werkdagen na de aanvang van zijn verblijf te melden bij de gemeente waar hij zijn woonadres heeft, om daarbij schriftelijk aangifte te doen van zijn verblijf en adres. Volgens deze wet wordt onder woonadres verstaan, het adres waar betrokkene woont of indien hij op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten of bij het ontbreken van een zodanig adres, het adres waar betrokkene naar verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten.
In het onlangs goedgekeurde bestemmingsplan voor het zuidelijk deel van het buitengebied van de gemeente Oldebroek is voor de begripsomschrijving deze koppeling met de inschrijving in het GBA gelegd.
Er is echter een aantal terreinen c.q. recreatieverblijven die niet onder dit nieuwe bestemmingsplan vallen.
Voor het grootste recreatieterrein in de gemeente (Landgoed ‘t Loo) blijft vooralsnog het oude bestemmingsplan Buitengebied 1973-1980 gelden. In dit bestemmingsplan, waarin op grond van de algemene gebruiksbepaling gebruik in strijd met de recreatieve bestemming verboden is, zal voor de bepaling welk gebruik al dan niet toegestaan is, worden aangesloten bij de hierboven weergegeven definitie van de begrippen permanente bewoning en hoofdwoonverblijf. Dit betekent dat ook hier zal worden aangesloten bij de regeling van de Wet GBA.
Hetzelfde geldt voor het enige solitaire recreatieverblijf dat zich in het noordelijk deel van het buitengebied van de gemeente bevindt (bestemmingsplan Buitengebied Oosterwolde).
Voor recreatiepark Mulligen (gelegen in het zuidelijk deel van het buitengebied) blijft een afzonderlijk bestemmingsplan gelden (bestemmingsplan recreatiepark Mulligen), waarin een enigszins andere definitie van hoofdwoonverblijf is opgenomen, die feite-lijk echter wel nagenoeg op hetzelfde neerkomt (hoofdwoonverblijf is gedefinieerd als de plaats waar een persoon gedurende een jaar de meeste nachten doorbrengt, in combinatie met de plaats waar hij of zij zijn of haar sociaal-maatschappelijk leven heeft.
Hoofdstuk
Artikel 4.
begrip permanente bewoning.
Onderdeel van Beleidsnota bestrijding permanente bewoning van recreatieverblijven in de gemeente Oldebroek