Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5.

waarom permanente bewoning tegengaan

Onderdeel van Beleidsnota bestrijding permanente bewoning van recreatieverblijven in de gemeente Oldebroek

Omtrent de redenen waarom permanente bewoning van recreatieverblijven ongewenst is en bestreden moet worden, zijn de afgelopen jaren de nodige publicaties verschenen. Heden ten dage is er ook een grote mate van overeenstemming tussen gemeenten (zeker de Veluwse), provincie en rijk dat het fenomeen bestreden moet worden en er kan inmiddels gesteld worden dat het ook bij de burgers algemeen bekend is dat permanente bewoning niet toegestaan is. In zoverre zou voor een weergave van de motieven waarom permanente bewoning bestreden moet worden, volstaan kunnen worden met een verwijzing naar hetgeen hierover in het verleden is geschreven. Omdat echter de noodzaak van bestrijding van het fenomeen met name bij de betrokken burgers nogal eens betwijfeld wordt, worden in deze beleidsnota kort de belangrijkste redenen genoemd, waarom permanente bewoning ongewenst is en bestreden dient te worden. permanente bewoning van recreatieverblijven leidt tot onttrekking aan de voor recreatiedoeleinden bestemde voorraad, zodat elders meer behoefte ontstaat aan recreatieterreinen permanente bewoning komt in strijd met het ruimtelijk beleid dat gericht is op bundeling van wonen, werken en voorzieningen in de kernen en op beperking van de aantasting van het buitengebied de lokale (sociale) voorzieningen (bijvoorbeeld gezondheidszorg, maatschappelijke zorg, sociale voorzieningen, ouderenbeleid) zijn afgestemd op het aantal legale bewoners van de gemeente. Door (mede)gebruik door permanente bewoners ontstaat druk op deze voorzieningen. Dit argument geldt alleen voor permanente bewoners die niet ingeschreven staan in het GBA. Overigens wijst de praktijk uit dat de meeste permanente bewoners niet ingeschreven staan in het GBA. Dit betekent dat dit argument in zijn algemeenheid wel geldt. de uitkering uit het gemeentefonds is mede gebaseerd op het aantal legale inwoners van een gemeente. Permanente bewoners maken gebruik van gemeentelijke voorzieningen, zonder dat daar een uitkering uit het gemeentefonds tegenover staat. Dit argument geldt alleen voor permanente bewoners die niet ingeschreven staan in het GBA. Overigens wijst de praktijk uit dat de meeste permanente bewoners niet ingeschreven staan in het GBA. Dit betekent dat dit argument in zijn algemeenheid wel geldt permanente bewoning leidt tot aantasting van het karakter van een recreatiepark. Permanente bewoners en recreanten hebben een ander leefpatroon, hetgeen kan leiden tot spanningen tussen deze twee groepen gebruikers. omdat de behoefte aan ruimte en privacy in een woonsituatie veelal veel groter is dan in een situatie waarin tijdelijk gerecreëerd wordt, leidt permanente bewoning vaak tot illegale aanbouwen, schuurtjes, schuttingen, grote siertuinen, hetgeen tot verloedering van oorspronkelijk natuurlijk ogende terreinen kan leiden. het gemeentelijk en regionaal huisvestingsbeleid is gericht op het bieden van huisvesting aan personen die een binding hebben met de gemeente c.q. de regio. Door permanente bewoning toe te staan krijgen ook mensen die een dergelijke binding niet hebben een kans zich te vestigen in de gemeente. permanente bewoning is in strijd met de op democratische wijze door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplannen. De gemeente heeft als taak bestemmingsplannen (en de bouwregelgeving) te handhaven. Het enerzijds vaststellen van een regeling en anderzijds deze regeling niet handhaven, doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van de gemeente als handhavingsinstantie en leidt tot rechtsongelijkheid ten opzichte van burgers die andersoortige overtredingen plegen en waar wel handhavend tegen wordt opgetreden. het toestaan van permanente bewoning komt bovendien in strijd met de bestaande jurisprudentie op het gebied van handhaving, waarin is bepaald dat handhaving een beginselverplichting is, waarvan alleen in zeer bijzondere omstandigheden van mag worden afgezien. het thans toestaan van permanente bewoning levert een breuk op met het reeds sinds de jaren ’80 door de gemeente gevoerde beleid dat gericht is op het voorkomen en tegengaan van nieuwe oneigenlijke woongelegenheden. Tegenover de negatieve aspecten van permanente bewoning staan ook wel een paar positieve effecten. Zo kan permanente bewoning een oplossing bieden bij behoefte aan nood- of overbrugginghuisvesting, blijft er ook buiten de vakantieperiode een (zeer) beperkte sociale controle op een terrein, komt er door een hoger inwoneraantal een groter draagvlak voor winkelvoorzieningen en verenigingen en is de uitkering uit het gemeentefonds hoger indien permanente bewoners zich inschrijven in het GBA. Geconcludeerd kan echter worden dat deze paar positieve aspecten zeer beslist niet opwegen tegen de negatieve aspecten, hetgeen ook voor de gemeente Oldebroek aanleiding geeft om niet te breken met het sinds de jaren ’80 ingezette beleid, doch dit geïntensiveerd voort te zetten. Daar komt nog bij dat een deel van het wegvallen van de positieve effecten van permanente bewoning (dienen als nood- of overbruggingshuisvesting) ondervangen kan worden door in het beleid een uitzonderingsregeling hiervoor op te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel