Indien een vergunninghouder of diens rechtsopvolger na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning wèl start met de werkzaamheden, dan wel het gebruik, maar de werkzaamheden, dan wel het gebruik vervolgens één jaar stil liggen, is het bevoegd gezag bevoegd om met in acht neming van de in artikel 3, lid 2 en 3 van deze nadere regels genoemde termijnen de omgevingsvergunning na deze termijn geheel of gedeeltelijk in te trekken.
Geheel of gedeeltelijke verwoesting van een inrichting