Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 4

Weigering van de aansluitvergunning

Onderdeel van Rioolaansluit- en afkoppelverordening Oldebroek 2010

1. Een aansluitvergunning kan slechts worden geweigerd als een aansluiting van de particuliere afvoerleiding op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting bezwaarlijk is, omdat het de doelmatige inzameling en afvoer van het openbaar riool belemmert. 2. Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk als: a. de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis) lager ligt dan de bovenzijde van het openbaar riool, vermeerderd met 200 mm plus de benodigde hoogte voor het afschot van de aansluitleiding; b. de bovenzijde van een lozingtoestel lager is gelegen dan 150 mm boven de kruin van de straat, tenzij er via een pompinstallatie voorzien van terugslagklep wordt aangesloten; c. de gemeente voor het perceel waarvoor de aansluitvergunning wordt gevraagd, van Gedeputeerde Staten een ontheffing heeft gekregen op grond van artikel 10.33, derde lid, Wet milieubeheer; d. de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening betreft, terwijl een gescheiden openbaar riool aanwezig is. Een samengevoegde voorziening is in een nieuwe situatie niet meer mogelijk; e. de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of bronneringswater betreft, waarvoor een vergunning op grond van de Wet milieubeheer, een vergunning op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren of de Waterwet, of een ontheffing op grond van artikel 10.63 lid 1 van de Wet milieubeheer is vereist, maar niet is verleend of niet toereikend is gelet op de lozingssituatie, of dat niet aan de geldende algemene regels is voldaan; f. het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren; g. de lozing van het afvalwater de doelmatige werking van de openbare riolering en de RWZI belemmert; h. de lozing niet verontreinigd drainagewater betreft en er voldoende berging op eigen terrein mogelijk is; i. de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of middels retourbemaling kan worden afgevoerd; j. een bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor het aan te sluiten perceel is geweigerd; k. het gaat om een hemelwateraansluiting van een perceel gelegen in een op grond van artikel 12 aangewezen gebied, tenzij een ontheffing krachtens artikel 12, zesde lid, verleend is. 3. Een weigering van een aansluitvergunning is met redenen omkleed, waarbij burgemeester en wethouders de nadere eisen aangeven waaraan het particulier riool moet voldoen om voor vergunningverlening in aanmerking te komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel