1. Een aansluitvergunning kan slechts worden geweigerd als een aansluiting
van de particuliere afvoerleiding op het openbaar riool of wijziging van die
aansluiting bezwaarlijk is, omdat het de doelmatige inzameling en afvoer van
het openbaar riool belemmert.
2. Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging
van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk als:
a. de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis) lager ligt
dan de bovenzijde van het openbaar riool, vermeerderd met 200 mm plus de
benodigde hoogte voor het afschot van de aansluitleiding;
b. de bovenzijde van een lozingtoestel lager is gelegen dan 150 mm boven de
kruin van de straat, tenzij er via een pompinstallatie voorzien van
terugslagklep wordt aangesloten;
c. de gemeente voor het perceel waarvoor de aansluitvergunning wordt
gevraagd, van Gedeputeerde Staten een ontheffing heeft gekregen op grond van
artikel 10.33, derde lid, Wet milieubeheer;
d. de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening betreft, terwijl
een gescheiden openbaar riool aanwezig is. Een samengevoegde voorziening is
in een nieuwe situatie niet meer mogelijk;
e. de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of
bronneringswater betreft, waarvoor een vergunning op grond van de Wet
milieubeheer, een vergunning op grond van de Wet verontreiniging
oppervlaktewateren of de Waterwet, of een ontheffing op grond van artikel
10.63 lid 1 van de Wet milieubeheer is vereist, maar niet is verleend of
niet toereikend is gelet op de lozingssituatie, of dat niet aan de geldende
algemene regels is voldaan;
f. het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet over voldoende
capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen
afvoeren;
g. de lozing van het afvalwater de doelmatige werking van de openbare
riolering en de RWZI belemmert;
h. de lozing niet verontreinigd drainagewater betreft en er voldoende
berging op eigen terrein mogelijk is;
i. de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd
bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan
worden aangesloten of middels retourbemaling kan worden afgevoerd;
j. een bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet milieubeheer
voor het aan te sluiten perceel is geweigerd;
k. het gaat om een hemelwateraansluiting van een perceel gelegen in een op
grond van artikel 12 aangewezen gebied, tenzij een ontheffing krachtens
artikel 12, zesde lid, verleend is.
3. Een weigering van een aansluitvergunning is met redenen omkleed, waarbij
burgemeester en wethouders de nadere eisen aangeven waaraan het particulier
riool moet voldoen om voor vergunningverlening in aanmerking te komen.
Hoofdstuk II
Artikel 4
Weigering van de aansluitvergunning
Onderdeel van Rioolaansluit- en afkoppelverordening Oldebroek 2010