In deze verordening wordt verstaan onder:
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebbendezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand, de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers, de Wet Inkomensvoorziening Oudere, gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen en de Wet Investeren in Jongeren.
In deze verordening wordt verstaan onder:
de WWB: de Wet werk en bijstand;
de IOAW: de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers;
de IOAZ: de Wet Inkomensvoorziening Oudere, gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen;
de WIJ: de Wet Investeren in Jongeren;
verlaging: verlaging van de bijstandsnorm op grond van artikel 18, tweede lid, van de wet WWB, verlaging van de IOAW- IOAZ grondslag op grond van artikel 35 van de IOAW en artikel 35 van de IOAZ en verlaging van de inkomensvoorziening op grond van artikel 41, eerste lid WIJ;
bijstand: algemene en bijzondere bijstand;
bijstandsnorm: de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, sub c van de Wet Werk en Bijstand;
grondslag: de grondslag bedoeld in artikel 5 in de IOAW en artikel 5 van de IOAZ;
WIJ-norm: de op grond van hoofdstuk 4 van de WIJ op de jongere van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van dat hoofdstuk door het college vastgestelde verhoging of verlaging;
uitkering: de uitkering op grond van de IOAW en IOAZ en de inkomensvoorziening als bedoeld in de WIJ;
verlaging: het verlagen van bijstand op grond van artikel 18, lid 2 van de WWB;
Wet SUWI: Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen;
De wetten: De WWB, IOAW, IOAZ en WIJ.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1
- Begripsomschrijving
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW, IOAZ, WIJ 2010