Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2012

1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden  omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de  Algemene wet bestuursrecht. 2. In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet werk en bijstand b. referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. c. - alleenstaande: een alleenstaande als bedoeld in artikel 4, lid 1 sub a van de wet; - alleenstaande ouder: een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, lid 1 sub b  van de wet; - gezin: een gezin als bedoeld in artikel 4, lid 1 sub c van de wet. d. bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, sub c van de wet. e. peildatum: de datum waarop het recht op langdurigheidstoeslag is ontstaan. f. inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat  voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet  worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering voor levensonderhoud  wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op  langdurigheidstoeslag als inkomen gezien. g. vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet op de peildatum.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel